Skip to content

RPA-Lunchroom | RPA en Process Mining

fabriek

Process Mining levert een goede basis om verder te automatiseren.



Ergens in de enorme berg van wereldwijde online video gesprekken, ontelbare hoeveelheid zoom meetings en digitale conferenties, buigt zich elke twee weken in Nederland een selecte groep van professionals over interessante RPA-dilemma’s. Het zijn experts van (meest) grote ondernemingen, die op de werkvloer dagelijks met de implementatie van software robots te maken hebben, en vanuit hun functie een breed overzicht hebben van wat er speelt.

RPA-Nederland biedt vanuit haar missie een platform aan om nuttige informatie-uitwisseling tussen bedrijven te bevorderen. De gesprekken zijn weliswaar vertrouwelijk, maar toch worden er steevast (geanonimiseerde) samenvattingen opgesteld, want ‘kennisdeling’ staat nou eenmaal centraal en dat gaat niet zonder een vorm van verslaglegging.

Die notulen staan bol van basic informatie over RPA. Een kleine greep uit de inhoud maakt al duidelijk dat veel deelnemers overeenkomstige ervaringen hebben en dezelfde trends zien. Vaak is RPA een paar jaar geleden gestart op de financiële afdeling en toegepast op back-office processen. Vervolgens verschoof de toepassing naar front-office. Opvallend is ook dat het niet alleen de geestdodende processen waren, die vanuit de praktijk (bottom-up) erom vroegen om gerobotiseerd te worden, vaak zagen de deelnemers ook het tegenovergestelde gebeuren. Top-down werd bedacht waar RPA nog meer dienstbaar kon zijn. In dat geval gaat het vaak om eenmalige projecten en processen waarop men veel tijd bespaard.



Die beweging zet zich voort. We zien RPA steeds vaker eenmalige activiteiten behelzen. Is daarmee de rol van RPA op den duur zijn uitgespeeld? Zeker niet, denken de meeste deelnemers. Want RPA zal de verbindende factor vormen naar die andere opkomende technologieën. Denk daarbij aan Artificial Intelligence, Machine Learning, en Process Mining. Dit worden vaste componenten in de RPA oplossingen.



Die trends geven ook de Lunchroom sessies eindeloos veel voedsel op het bordje. Het blijkt bijvoorbeeld dat meerdere bedrijven al ruimschoots ervaring hebben opgedaan met Process Mining (PM). In het begin was dit soms lang niet altijd even succesvol. De kwaliteit van zowel de data al de interne IT systemen liet nog te wensen over. Nu op dat front verbeteringen zijn doorgevoerd, begint PM langzamerhand zijn waarde te bewijzen. PM levert een levende ‘foto’ van informatie op, die voorheen vaak onzichtbaar bleef. Waarbij de waarschuwing blijft gelden: verzuip niet in een overvloed aan data, baken de vraagstelling strikt af, en analyseer heel gericht op relevante topics.



Processen die inmiddels met Process Mining gecovered worden, blijken vaak gestandaardiseerde processen te zijn, zoals Purchase to Pay en Order to Cash. En dat is niet zo vreemd, want operationele processen zullen wellicht een stuk lastiger te ‘minen’ zijn, en meer maatwerk vragen.

En dan? Je ziet bedrijven vaak voorzichtig eerst Process Mining toepassen op één locaties, om er vervolgens ook andere locaties aan toe te voegen. Eerst zijn core IT-systemen zoals SAP aan de beurt, en daarna bijvoorbeeld Salesforce. Het management hoopt dan op het terug verdienen van de PM investering binnen een jaar, hetgeen vaak lastig te calculeren valt. Want PM is alleen een analyse, en wat is de waarde van een dag minder doorlooptijd, minder ‘rework’ of een iets betere kwaliteit van de service of het product?



Process Mining kan ook worden gebruikt om te bepalen wat er binnen de onderneming met RPA gerobotiseerd kan worden. En zo zijn we weer terug bij RPA. Als de Lunchroom discussies één ding duidelijk maken, dan is het wel dat RPA een voortdurend veranderend fenomeen is.

Ook de plaats en functie van elk RPA Center of Excellence (COE) zal meebewegen met de markt en de veranderende technologie. Wat blijft, is dat bedrijven op deze gebieden veel kunnen leren van elkaar, waardoor hun vervolgstappen sneller en goedkoper gezet kunnen worden. Dus voorlopig zal de RPA-lunchroom één keer in de twee weken genoeg te bespreken hebben. Heb je belangstelling voor deze vorm van kennisdeling, en geef je richting aan een COE? Meld je aan!

Auteur: Roelf van Til

Digitalisering in de bouw- en renovatiesector

renovatie

Met beeldherkenning en RPA de gebouwde omgeving in kaart brengen



Er zullen altijd aannemers, klusjesmannen, monteurs en installateurs nodig zijn, zolang we omringd zijn door gebouwen, vehikels en apparaten die ook stuk kunnen gaan. Vorige maand nog zat ik zuchtend en zwetend een paar dagen op het dak in een poging om een flinke lekkage te stoppen. Alle respect voor de degelijke vakman en vakvrouw zonder hoogtevrees!

Toch zullen we over een aantal jaren nostalgisch terugkijken op de lappendeken van beroepen en ambachten die we nu nog nodig hebben om de hoeveelheid techniek in ons leven te managen. Grote veranderingen komen eraan, de porseleinkast staat al te trillen, de olifant die binnen walst, heet robotisering.

Dankzij wat flinke filmklussen voor de overheid zag ik het afgelopen jaar hoe industrialisatie en standaardisering langzaam maar zeker hun intrede doen in de traditionele bouwwereld. Dat moet ook wel, want de bouwsector zal dringend ‘massa’ moeten maken, en niet alleen voor het oplossen van de woningnood. Maatschappij en politiek verwachten immers een grootschalige verduurzaming van de gebouwde omgeving. In 2050 willen we circulair en energieneutraal zijn.

Met de huidige manier van werken gaat dat niet lukken. Die is veel te traag en veel te duur. Vraag- en aanbodpartijen, commissies, dure consultants, die eindeloos op elkaar aan het ‘afstemmen’ zijn voordat een projectontwerp rond is. Mannen met meetlinten die huis-aan-huis de maten komen opmeten. Schilders en installateurs die uitgebreide offertes aan de klant komen toelichten. Aannemers die dagenlang aan het boren, zagen en timmeren zijn. Een woningcorporatie is soms maandenlang bezig met het renoveren van één en dezelfde straat.

Zowel de nieuwbouw als renovatietrajecten zullen sneller, goedkoper en efficiënter moeten worden uitgevoerd. Dat kan alleen met behulp van digitalisering en robotisering. De eerste fabrieken waar hele gevels en daken worden afgeleverd, staan er al. Ik zag hoe robotarmen razendsnel baksteenbekleding aanbrengen op gevelframes, een beeld dat doet denken aan de (al jaren geleden geautomatiseerde) automobielindustrie. De panelen worden een dag later met tientallen tegelijk op locatie afgeleverd en in enkele uren op de centimeter nauwkeurig aangebracht.



Ik zag ook hoe dankzij Kunstmatige Intelligentie de eerste duizenden huizen in opknapwijken in kaart zijn gebracht. Een startup bedrijf haalt met speciale software beeldinformatie straat voor straat op uit het internet. Deze young professionals gebruiken visuele big data, namelijk eindeloze collecties van luchtfotografie (door google maps en luchtvaart) als bronmateriaal. Met beeldherkenning software worden de woningtypes gecategoriseerd, de maten nauwkeurig opgenomen, en voorspellingen gedaan ten aanzien van het onderhoud.

Tenslotte zag ik hoe woningcorporaties RPA gebruiken om deze nieuwe data te voorzien van hun eigen informatiebestanden. Duizenden informatiesheets uit het bouw- en renovatieverleden kunnen op deze wijze door de computer worden aangepakt. Soms vergrijsde Excel sheets, die door softwarerobots vertaald worden tot leesbare bestanden, menselijke zouden er gek van worden.

Bewoners merken niets van dit alles. Aan de voorkant fotografeert Google Maps en aan de achterkant doet RPA zijn werk. Met als gevolg dat alle betrokkenen weten welke grote en kleine klussen er aan staan te komen. Dat weten ze dan niet alleen van één wijk, potentieel van vele tientallen wijken die aan dezelfde gebouwkenmerken voldoen. Betrokken bouwpartijen, bouw- en installatie bedrijven en de onderhoud sector kunnen daardoor veel aantrekkelijker in prijs aanbieden.

Des te meer impact zullen deze ontwikkelingen hebben op de bouw- en installatiewereld. De industrialisatie grijpt in op de hoeveelheid klusjesmannen, monteurs en installateurs, alsmede op de uitvoeringsorganisatie van de woningcorporaties. Daar staat tegenover dat bouwen en renoveren in Nederland in de toekomst veel sneller en goedkoper zal gaan. Hier wordt letterlijk massa gemaakt dankzij een combinatie van AI en RPA!

Auteur: Roelf van Til

Om de wereld menselijk te houden hebben we robots nodig

hand recycle

"Een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling"



Vorige maand brachten twee RPA-specialisten van de Rabobank een boek Lean Robotics op de markt met daarin een prachtige uitspraak: een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling. Dat is een nieuwe, krachtige benadering van RPA. Verspilling is een centraal thema in het vocabulair van circulair denken. Mensen overbodige werkzaamheden laten uitvoeren, is energie verliezen aan zinloze acties. Robots inhuren biedt soelaas.

Wat me aanspreekt is dat dit een bepaalde gangbare manier van denken ondersteboven zet, want robotisering wordt niet overal even positief ontvangen. Zeker niet in de hoek van de pleitbezorgers van duurzaamheid. Laat me een poging doen dit uit te leggen.

Gevoelsmatig keren veel burgers zich tegen de trend om steeds meer gebruik te maken van fysieke of digitale assistenten. In hun visie wordt de wereld er immers onpersoonlijker, emotielozer, humorlozer van. Er stroomt geen warm bloed door een robot. Een wereld met robots is een wereld van vervreemding.

Als het gaat om robotisering van de werkvloer dan zou de factor robotiserende automatisering wel eens ten koste kunnen gaan van onze kostbare werkgelegenheid. Bovendien: het fenomeen ‘vakmanschap’ staat onder druk. Hoe kunnen we in het productieproces nog met liefde en aandacht detaillering op maat aanbrengen, als onze handen en vingers vervangen worden door hardware, en ons brein door software?

De ‘menselijke maat’ handhaven is een alom gewaardeerde waarde, een adagium dat menig politieke partij zelfs expliciet nastreeft. Door die bril bekeken, is het goed te begrijpen dat mensen zich keren tegen het inzetten van robots. De planeet redden? Hoe vaak hoor je niet dat het een groot misverstand is om alle heil van de techniek te verwachten, terwijl juist de mens zélf het verschil moet kunnen maken. In deze visie worden mens en techniek tegenover elkaar geplaatst.

Toch is deze intuïtieve afkeer mijns inziens onterecht en moeten we robots in (bijna!) alle soorten en maten een warm welkom heten. Dat brengt ons weer terug bij het boek van John Maes en Jeroen Schijns, de schrijvers van Lean Robotics, want ook zij benaderen robots als metgezellen, die het leven er niet ónaangenamer maar juist aangenamer op maken. “Een mens iets laten doen wat een software robot kan, is een vorm van verspilling”. De robot als vriend in de strijd om leven en werk te vermenselijken.



Zo kun je robotisering dus ook zien. In een steeds complexere wereld helpen digitale en fysieke robot burgers om weer grip te krijgen op basale vaardigheden: onze eigen zintuigen gebruiken, hersencellen inzetten, bewegen, bouwen, innoveren. Laat de robots het stomme werk maar doen. Een mooie paradox: robots inhuren om de menselijke maat de verdedigen! Om de wereld menselijk te houden hebben we robots nodig.

Ik zou daarin nog een stap verder willen gaan. Diezelfde circulaire benadering legt een enorme taak op ons bordje, namelijk het in kaart brengen van de gebouwde omgeving. Het creëren van een materialenbank van gebruikte en nog te produceren materialen, met als doel om verspilling tegen te gaan en zinvol hergebruik mogelijk te maken. Is het een rare fantasie om te veronderstellen dat robots ons daarin – vroeg of laat - enorm van pas komen? Kunstmatige intelligentie inzetten om zowel gebouwen als infrastructuur te scannen en te categoriseren?



Volgens mij zal de hele energietransitie, de strijd tegen klimaatverandering en ‘circulair acteren’ nog een groot beroep doen op onze digitale vrienden. Sterker nog: het is verspilde moeite om geen gebruik te maken van robots.

Bron: Lean & RPA, de winnende combinatie
John Maes ; Jeroen Schijns

Auteur: Roelf van Til